PGO: burgerplatform of data graveyard?

PGO vanuit het perspectief van: Hans ter Brake - Managing Director Quli

Een belangrijke pijler van het ministerie van VWS is het beschikbaar maken van medische gegevens voor de patiënt, gestimuleerd via programma’s zoals VIPP en MedMij. Maar waar staan we nu eigenlijk in deze ontwikkelingen, en waar willen we heen? Hans ter Brake, managing director van Quli, geeft zijn visie op de Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO).

Burgerplatform of ‘data graveyard’?
Een goed PGO draait om drie componenten, aldus Hans ter Brake: “Gegevens, functionaliteit, en zorgnetwerken”. De overheid en MedMij richten zich vooral op de medische gegevens. Natuurlijk is dit belangrijk, maar het gaat er vooral om wat je met die gegevens kunt. Optimaliseren van processen, het creëren van een relevante context rondom de patiënt en het zorgproces, en de mogelijkheid tot interactie zijn cruciaal voor een relevant PGO. Hans ter Brake vergelijkt het met Mijnpensioenoverzicht; “Daar kijk je toch nooit naar? Omdat je er niets mee kunt”. Om te voorkomen dat PGO eindigt als ‘data graveyard’, moeten we samen met patiëntgroepen nadenken over de functionaliteiten die verschillende gebruikers nodig hebben. Daarbij is ook het zorgnetwerk van belang; “PGO gaat om het creëren van een platform waarmee burgers actief samen kunnen werken met zorgprofessionals en naasten.”

Om te voorkomen dat PGO eindigt als ‘data graveyard’, moeten we samen met patiëntgroepen nadenken over de functionaliteiten die verschillende gebruikers nodig hebben.

Samen verantwoordelijk voor zorg in de regio
Het liefst zou Hans ter Brake zien dat de overheid hogere eisen stelt aan zorg, en dan wel zorg waarin de patiënt digitaal mee kan doen. Samenwerkende zorgorganisaties, gemeenten en zorgverzekeraars moeten gezamenlijk verantwoordelijk worden gehouden voor de kosten, kwaliteit, veiligheid en beleving van zorg, en voor de gezondheid van mensen in de regio. “Zij moeten regionale coalities vormen en bedenken wat voor digitale positie ze de patiënt willen geven. Hoe betrekken we de patiënt in een regionaal proces, en wat moet een PGO dan kunnen?” Door nieuwe en betere, geautomatiseerde zorgprocessen te bedenken, kunnen we in de toekomst goede, betaalbare zorg blijven leveren, denkt Hans ter Brake.

Geautomatiseerde zorgprocessen
Een PGO is het middel bij uitstek om dit soort nieuwe zorgprocessen te faciliteren. Hoe ziet dit eruit? Stel je krijgt een verwijsbrief van de huisarts; deze komt in je PGO en je kunt zelf kiezen naar welke specialist je gaat. Je kunt hier direct je medische gegevens controleren en zo nodig aanpassen of aanvullen. Zodra je online een afspraak hebt gemaakt, verschijnt deze direct in je digitale agenda. Bovendien krijg je automatisch een brochure van het ziekenhuis in je PGO, met informatie over je bezoek, zoals parkeermogelijkheden, waar je precies moet zijn, wie je behandelend arts is, en hoe je je moet voorbereiden op de afspraak. Heeft de specialist extra informatie van je nodig, zoals je medicatiegegevens of een ingevulde vragenlijst, dan kun je deze via dezelfde PGO opsturen. Eventueel heb je zelfs van tevoren alvast elektronisch contact met de zorgprofessional. Zo is iedereen goed voorbereid en kom je niet meer als vreemde in het ziekenhuis: ze kennen je al.

Zorg als dienstverlening
Als het aan Hans ter Brake ligt, is de zorg straks een bloeiende, dienstverlenende tak. De zorg stelt zich op om als collectief de verantwoordelijkheid te nemen voor gezondheid in de regio. Het hele dienstverleningsmodel in de zorg zoals wij dat nu kennen, draait om. Mensen zullen proactief geïnformeerd worden over onderwerpen die voor hen van belang zijn, op basis van voorkeuren die zij zelf in hun PGO hebben ingesteld. De zorg wordt hierdoor in grotere mate predictief en preventief, en de focus komt te liggen op gezondheid en gedrag in plaats van ziekte en zorg.
Tegelijkertijd kan PGO een belangrijke rol spelen in het verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van zorg. Een PGO maakt het mogelijk om systematische terugkoppeling te krijgen van patiënten over de gebruikservaringen met medicijnen en de uitkomsten en effectiviteit van behandelingen. Ook krijgt men beter inzicht in de kwaliteit van behandelaars en zorginstellingen, waardoor patiënten goed geïnformeerde keuzes kunnen maken. “Gebruik van big data om de zorg te verbeteren, ook daarvoor is PGO een katalysator.”

Marketingproject
Deze ontwikkelingen zullen echter niet vanzelf gaan, want de urgentie is nog laag en zorgorganisaties hebben genoeg andere prioriteiten. Alhoewel het goed is dat MedMij standaarden opstelt, ziet Hans ter Brake ook een risico in het overheidsprogramma. “Juist doordat MedMij nu zegt te gaan regelen dat PGO er komt, bestaat de kans dat ziekenhuizen en andere spelers achterover gaan zitten en afwachten wat er gebeurt.”
En ook de burger moet geactiveerd worden. Als je wilt dat mensen een PGO écht gaan gebruiken, zullen overheid en zorgorganisaties het ook goed moeten verkopen aan de burger; “het is een marketingproject”. Ondanks alle uitdagingen is Hans ter Brake optimistisch: “Ik voel mij een vlieger met tegenwind en ballast. Ik denk dat daar de beste dingen uit voortkomen”.

Topic: